Opiniestuk: Waarom nemen onze serviceclubs af en hoe kunnen we dat veranderen? (3/3)

Waarom nemen onze serviceclubs af en hoe kunnen we dat veranderen? (3/3)

Door Marc Allaer, Voorzitter Zone C51 – Geïnspireerd op een artikel van Michael Brand, Rotary Club Oregon City, OR.

Help ze om anders naar de wereld te kijken

TED-conferenties zijn erg populair bij jonge professionals omdat deze bijeenkomsten het  denken stimuleren, de verbeeldingskracht prikkelen en de aanleg aanwakkeren om problemen vroeg te detecteren en creatief aan te pakken. Mensen worden aangetrokken tot plekken waar anderen  hun nieuwsgierigheid opwekken, waar ze uitgedaagd worden om na te denken, bij te leren en open te staan voor nieuwe, inspirerende ideeën en alternatieven.

Wij als Lions kunnen misschien geen high-level sprekers boeken maar we kunnen toch het ‘format’ van onze vergaderingen opfrissen? Waarom niet eens een discussie op gang brengen over een actueel maatschappelijk thema? Of denkoefeningen lanceren over onderwerpen die de leden aanspreken?

Dit soort zaken is essentieel om een ​​omgeving te creëren waarin mensen bereid zijn hun tijd te investeren. Intellectuele stimulatie is per definitie het aanmoedigen van innovatie en creativiteit, van kritisch denken en creatief problemen oplossen. Essentieel zijn deze elementen dan ook om de komende generaties aan te trekken en zo het succes van onze clubs te verzekeren.

Laat ze eens alles herdenken

Het is niet “kom meedoen met wat wij altijd doen”, het is eerder “wat zou jij willen doen?” . Kunnen we van onze clubs een broedplaats maken voor jonge, creatieve leden die een nieuwe en interessante manier ontwikkelen om onze traditionele thema’s aan te pakken?

Eén aspect van de jonge generaties is dat ze meteen impact willen zien. Ze gaan geen vijf jaar wachten om voorzitter te worden van bv. het fondsenwervingscomité, om dan pas hun ideeën in actie om te zetten. Als het vandaag niet gebeurt zijn ze weg.

In zijn boek The Rainforestmerkt Victor Hwang metaforisch op dat de meesten van ons eigenlijk te werk gaan zoals het gaat op een boerderij. Hij bedoelt daarmee dat we alles benaderen op de manier van een landbouwer: we weten wat we willen kweken, wanneer we moeten zaaien – alles keurig op een rijtje, alle onkruid eruit – wanneer we moeten oogsten en hoe groot de oogst ongeveer zal zijn. In vergelijking daarmee is het regenwoud één grote chaos, met overal genetische mutaties en waar alles op onkruid lijkt.

Hwang’s punt is dat er ‘meer regenwouden’ zijn en dat we die nodig hebben. Dat betekent wél dat we de controle deels uit handen moeten geven. Niet altijd gemakkelijk als je 60, 80 of 100 jaar traditie achter de rug hebt. Maar het is toch door jonge, opkomende leiders ​​onze clubs opnieuw te laten uitvinden dat we in een richting gaan die de overleving van onze clubs kan verzekeren.

De toekomst uitvinden

Het begrip ‘Service Club’ was destijds een Amerikaanse nieuwigheid die is uitgegroeid tot een wereldwijde instelling. Hoewel het mondiaal gezien eerder goed gaat betekent het ledenverlies in de Verenigde Staten een verlies van sociaal kapitaal en maatschappelijk engagement. Potentieel waardevolle leden hebben vandaag geen tijd meer. Bovendien zien ze niet in wat ze zouden moeten doen in een organisatie waarvan het prestige en de vitaliteit in vraag gesteld kunnen worden. Het is dus absoluut noodzakelijk dat we alles op de helling zetten en heruitvinden. Dat betekent dat we de fakkel moeten doorgeven aan een nieuwe generatie leiders en hen onze clubs opnieuw laten ‘uitvinden’ op basis van hun behoeften.

Het alternatief? Irrelevantie of obscuriteit.

2018-12-18T00:24:28+00:0018/12/2018|